20100228 Goa tripje Waterval, olifant, tempels

Zaterdag 27 feb was mijn laatste schooldag. Dat gold ook voor Jude, die nu een maand vrij heeft en een goedkoper plekje om te overnachten gaat zoeken en Carlos heeft tot dinsdag vrij. Hij moet geloof ik nog wel een examen doen op maandag, als de boel tenminste werkt. (Zij doen andere cursussen dan ik, Cisco tegenover Oracle. Ik ben de enige Oracle-klant hier in Goa, en er is speciaal een leraar voor mij uit Dehradun, 2500 km verderop, over gevlogen, maar dat heb ik geloof ik al eens geschreven. Cisco richt zich vooral op beveiliging van netwerken en het onderhoud daarvan. Vandaar dat Carlos misschien wel examen kan doen. Hij heeft niets met Pearson Vue te maken, het bedrijf dat bij mij dwars ligt.) Goed laatste schooldag, dus iedereen opgelucht. Was om half vijf vrij, maar liefst een half uur eerder gestopt in dit feestelijke weekend. Serieuze mensen die Indiërs. Na het eten even op bed gelegen en de oogjes gesloten. Gegeten en daarna met Carlos, Jude, Michaël (de duidelijk sprekende Amerikaan) en Conrad, (dat is een van de drie Tanzanianen, twee mannen en een vrouw, die maandag gekomen zijn, ze eten ook altijd bij ons), met twee taxi's naar de markt gegaan. Voor de markt op een terrasje eerst even een biertje gedronken, en van de muziek genoten. Er speelde een mixed bandje: 3 westerlingen en een indiase drummer. Leuk stukje muziek. Alleen Jude en ik waren ooit op de markt geweest, de andere drie keken hun ogen uit, leuk om ze zo te zien genieten. We hadden ze al over de markt verteld, maar ze hadden er desondanks een heel andere voorstelling van. Deze keer was het extra druk, want dit is een feestweekend voor de Indiërs, maandag is Happy Holly, wat dat ook moge zijn. Maar goed, toen we van het terras weg gingen, kwam Jude erachter dat hij z'n tas in de taxi had laten liggen. Geprobeerd om naar zijn telefoon te bellen, maar zoiets hoort een taxichauffeur in de heksenketel die het indiase verkeer is, natuurlijk nooit. Was wel sneu, want een week eerder was Jude, die toen nog geen cursus had, maar als toerist van Goa kon genieten, ook al een telefoon verloren. Die was tijdens een avondje stappen in een strandtent waarschijnlijk uit z'n zak gegleden. Een huurtoestel van Koenig, waarvoor hij 100 dollar most betalen. En dit keer z'n eigen telefoon, die hij net een dag eerder aan het indiase netwerk had laten aanpassen.
Op de markt verlies je elkaar natuurlijk uit het oog, dus we hadden om twaalf uur bij een van de vele ingangen afgesproken. Werkte dit keer prima. Soms liepen we elkaar wel tegen het lijf, het was dan eventjes wat ervaringen uitwisselen en dan weer vrolijk verder. Ieder ging z'n eigen gang, zoals dat ook moet. Kwam er ondertussen achter dat de taxichauffer geprobeerd had mij te bellen. Terug gebeld en hij vertelde over de gevonden tas en dat hij die de volgende avond langs zou brengen. Heb 'm zover weten te krijgen de tas 's-morgens voor onze trip bezorgd zou worden, maar je weet natuurlijk nooit of zoiets goed door gekomen is. Ben laatste half uur met Jude opgetrokken. Die ziet er niet uit, zelfs voor een Engelsman niet, maar het is een ontzettend gezellige en vrolijke kerel. Zijn voeten staan echt dwars op z'n lichaam, het is een geboorteafwijking. Lijkt heel vreemd, en hij loopt als een clown, wat wel weer iets grappigs heeft. Hij schijnt er verder geen last van te hebben, maar zal denk ik nooit een groot sportman worden. Daar werkt de rest van z'n lijf ook niet aan mee. (Hoewel, darten? Jude was in ieder geval was ontzettend blij om het goede nieuws van de tas te horen, en dat hebben we gevierd met enkele Kingfishers die overigens steeds beter gaan smaken. Goed, heb weer ontzettend genoten en wat foto's genomen. Nadat we de rest ook weer getroffen hadden, nog even wat gedronken en hop naar huis. Spullen klaar gelegd voor de volgende dag, we zouden al op tijd vertrekken. Toen kwam ik er dus achter dat ik m'n fototas kwijt was geraakt. Kon er niet achter komen waar. Al met al was het weer drie uur voordat ik ging slapen.
Ok, 's-morgens om kwart voor acht vertrokken, met een lekker ontbijtje achter de kiezen en mèt tas van Jude en zelfs met mijn fototas. Die werd om half acht keurig netjes gebracht en ik heb nog steeds geen idee hoe Sandeep, de Indiër die voor Koenig de meeste taxiklussen uitvoert en de spullen kwam brengen, aan die tas kwam. Ik weet namelijk zeker dat ik de tas nog had toen Jude die van hem kwijt raakte, ik heb er een pen en een stukje papier uitgehaald. Zal wel Indiase magie zijn, of het Indiase taxinetwerk. Maakt niet uit, iedereen blij. We waren dus met z'n drieën, Carlos, Jude en ik. Ons eerste doel was de Dudhsagar Waterfalls. Dat is de een na hoogste waterval van India. Het water valt driehonderd meter omlaag, en het moet een heel mooi spectaculair gezicht zijn. Daarna zouden we kijken naar olifanten en een paar tempels bezoeken. Daarmee was dan de dag voor een groot deel gevuld. Misschien nog even naar het strand of naar Old Goa.
Om bij de waterval te komen, moet je eerst naar Molem. Dat is een afstand van zo'n 70 km. Zelfs op zondagmorgen kan er niet echt heel hard gereden worden over de hoofdweg, maar dat gaf niet, want ieder meter was nieuw voor ons en we genoten van alles wat we zagen. Zo'n hoofdweg bestaat uit één rijstrook in iedere richting, die naar Indiase begrippen fenomenaal onderhouden is. Tussen de kuilen en bulten door tenminste. Een beetje het idee van de Friesestraatweg na een bombardement met bommen die kleine diepe kraters veroorzaken. Onderweg kregen we onze eerste apen te zien, ze zaten in een boom aan de overkant van de weg. Zwartkop-apen. Die schijnen, in tegenstelling tot de Witkop-apen, niet zo vriendelijk te zijn. Ze zijn ook iets groter. Er wordt je aangeraden om deze niet voederen. Discriminatie! riep ik meteen. Carlos, die zo zwart is als een stuk steenkool in een maanloze nacht, kon dan ook smakelijk om lachen en spontaan actie voren. Goed, even gestopt, foto's genomen (zij bleven in de bomen, wij bleven op de grond, dus er was wel wt afstand tussen ons wat de foto's verklaart) en verder gereden. Verder door allerlei plaatsjes, af en toe even gestopt voor een snelle shot. Het was een spectaculair gezicht, want we reden door een afwisselend landschap. Langzaam aan kwamen we wat hoger en zagen dan ook dalen, waar de mist nog een beetje in was blijven hangen terwijl de omringende omgeving, voornamelijk bestaande uit schitterende palmbomen, er wel scherp uitzag. Heel mooi om te zien. Soms wat nevel achter de rijstvelden, dat soort idee. Hoop dat het goed op de foto is gekomen. Deed me heel erg denken aan stukjes uit die Vietnam-films, vooral Apocalypse Now.
Goed, verder op weg naar Molem. Onderweg de nodige koeien op de weg gezien. Luid toeterend moest de chauffeur zich dan een weg er door heen zien te banen. Die koeien trekken zich echt van niets of niemand wat aan en zijn oost-indisch doof. Ze gedragen zich alsof ze boven alles en iedereen verheven zijn, en maken hun heilige status hier dan ook meer dan waar. Heerlijk lui gezicht.
Nadat we een bocht omkwamen, zagen we ineens twee olifanten langs de weg. Niet de grote Afrikaanse soort, maar de wat kleinere Indiase, die zijn hier wat meer op hun plaats natuurlijk. Maar nog altijd gigantisch. Hun beheerders of temmers, of hoe ze ook mogen heten, waren er gelukkig ook bij. Kleine fotoshoot gehad, was schitterend.De arm om de slurf van de olifant heen, alleen dat soort dingen maakt alles al goed.
Goed, alweer verder naar Molem. Dat bleek een klein plaatsje te zijn, met alleen taxi´s en terreinwagens. En natuurlijk druk gesticulerende Indiërs. De taxi´s voeren de toeristen aan, die vanaf daar de laatste ca 15 km met de terreinwagen verder moeten, een rit van naar schatting drie kwartier. Er wordt meteen een wagen met chauffeur voor je geregeld en er gaat ook meteen een gids mee. 2000 roepies per wagen, iets van 32 euro. Onze eigen taxi-chauffeur bleef netjes bij de auto achter. Verder kon je er voor 70 roepies een zakje met bananen en nootjes kopen, er werd beloofd dat we wat apen te zien zouden krijgen en dat we ze wat konden lokken met wat voer. Voederen is volgens de wet verboden, maar daar wordt wat dus wat lichtzinnig mee omgegaan en dat is wel zo leuk. Bovendien zouden wij ze niet voederen, maar dichterbij lokken met wat voer. Subtiel verschil vond zelfs onze gids toen ik het hem uitlegde. Denk dat hij dat argument voor alle volgende keren gaat gebruiken, want hij maakte een notitie op z'n hand. Verder moet je voor ieder fototoestel en videocamera betalen, 30 resp 150 roepies. Zuinig als we zijn, hebben we de videocamera van Carlos in de tas gedaan. Op slinkse wijze maar liefst €2,40 bespaard, voel mer er nog schuldig om. Het was dus allemaal heel goed betaalbaar. Ok, allemaal ingestapt, gids erbij en weg wezen. Al na de eerste bocht werd duidelijk waarom we niet met de taxi verder konden. Het was een keienpad, met daarop allemaal losse keien, en dan geen kleintjes maar echte grote stukken waar de wagen zich overheen tijgerde. De wagen kreeg er flink van langs. Achterin de wagen, werd je van links naar rechts en van voren naar achteren geslingerd., heb er echt letterlijk een blauwachtige schouder van overgehouden. Ik kan alleen maar zeggen dat ik blij was, dat het mijn auto niet was. Hoop gepiept en vooral gekraak, een indiase vorm van body-massage. Schitterende ervaring, was nog echter dan de ruigste Parijs-Dakar beelden. De route (weg is teveel gezegd) voerde dwars door een tweetal rivieren, waar wat mensen aan het badderen waren of de was deden. H, prachtige weg. Of route moet ik zeggen, want de weg was inderdaad weg. De route voert door een Nationaal Park, en de gids, wist er veel over te vertellen. Er schijnen ook panters, wat tijgers, pythons, cobra's en andere giftige slangen te zijn, maar die hebben we niet gezien, ze zitten waarschijnlijk in een ander deel van het 130 vierkante kilometer grote park. Was er toch niet bang voor, want ik had me gewapend met muggenspray en de anti-gifbetenkit, dus ik zou eventueel ingespoten gif er zo weer uit kunnen zuigen. Leer mij de jungle kennen! Het nadeel van al dat heen enweer geslinger, was dat het onmogelijk was om een foto te nemen. Mij is het niet gelukt, maar ik heb de beelden van de anderen nog niet gezien. Onderweg even gestopt bij een termietenheuvel. Mooi bouwwerk, ongeveer net zo hoog als ik lang ben. Verderop nog veel meer gezien. Ook veel spinnenwebben, gebouwd door spinnen die ongeveer 2 cm doorsnee hebben. Het lijf dan, want er komen ook nog van die dikke harige poten bij. Ik heb het maar niet onderzocht, niet dat ik bang ben, natuurlijk niet, maar we moesten verder. Brrr, kriebels als ik er aan denk.
In het hele gebied staat één huis, waar één familie woont. Ze wonen zes maanden van het jaar op de mooiste plek die je je maar wensen kan, de rest van de tijd is moesson, aanloop naar de moesson en afkicken van de moesson en spoelt de wereld aan ze voorbij. Ze hebben daar dan iedere dag regen met, op goede dagen, een uurtje droogte. En die regen schijn geen Hollands buitje te zijn.
Deze ene familie heeft een mooie manier van inkomsten. Ze zitten ongeveer halverwege en hebben daar een terras. Iedereen loopt er gekleurd rond. Zodra er een wagen aankomt, grijpen ze hun maskers en de boomtak die ze als slagboom boven de weg houden, zodat iedere wagen moet stoppen. De ene helft van de familie (allemaal kinderen onder de 15 schat ik) voert daar dan een woeste ongecoördineerde dans uit die nergens op slaat en een ander lid van de familie gaat de wagen langs en geeft iedere inzittende een veeg met een of andere paars gekleurd poeder en houdt daarbij een schaal onder de inzittende's neus om om een donatier te vragen. De meeste mensen geven wel een paar roepies, sommige mensen (zoals wij) gaan er lekker even uit en andere mensen (waaronder alle Russen die ook hier zeer gehaat worden om hum lompe en onbehouwen manieren etc) geven niets en sluiten de ramen. Ongeveer 70% van alle toeristen schijnt uit Russen te bestaan, ongeveer 0% komt op dit terras. Volgens mij is het wel een goedlopend familiebedrijfje, tenminste naar Indiase begrippen. Goed wij dus beschilderd en uitgestapt. Onze gids, een jongen die die dag net twintig geworden was, (of misschien bij iedere rit die hij deed, toevallig jarig was) gaf uitgebreid uitleg over de cashewnoot en de cashewvrucht en de drank die daaruit gemaakt wordt. Vertelde ook over andere lekkere planten die daar groeiden en naam stiekem een verse vrucht mee om die later door ons in de wagen te laten proeven. Ook een paar cashewnoten waarover hij lyrisch was. Op het terrasje een glaasje cashewdrank met cola gedronken. Eerder vorige week had Jude in de drankzaak een fles gekocht en dat was wel effe slikken geweest, zelfs met cola, maar deze verse fennay (of zoiets) was echt heel lekker. Ook effe slikken, maar daar was je heel gauw aangewend, al na een half slokje of zo. Ontzettend sterk spul, want de host deed wat in een ijzeren "eierdopje" en stak het aan en zelfs toen we een half uur later weg gingen brandde het nog. Het schijnt echt helemaal op te branden, en het wordt ook wel toegevoegd aan de brandstof van auto's en motoren als ze even lekker willen scheuren. Tenminste, dat zei de gids, maar ik denk wel dat hij hierin gelijk had. Goed, zo zaten we dus om tien uur 's-morgens in de schaduw op een schiterend gelegen terras aan de pimpel van het leven te genieten. Nou ja, pimpel, één glaasje, maar die ging erin als Ketellapper en hakte erin als een botte bijl, vooral bij 35 graden en felle zon.
Heerlijk, maar we moesten verder. Dus weer verder over de bumpy road, maar het ging ons nu, na de fennay, een stuk makkelijker af. De chauffeur was wijselijk van het spul afgebleven, maar de gids was nog enthousiaster dan eerst. Hij had stiekem wat verse cashewnoten geplukt en liet ons die proeven. Inderdaad heel anders dan wat je in de winkel koopt, veel fijner van smaak, dat kon zèlfs ik proeven. Ook de andere vrucht die hij mee genomen had (of eigenlijk ik, want ik had 'm in mijn zak gepropt) was lekker. Wel veel pitten, maar die hadden de juiste grootte en model om goed uit het raam gespuugd te kunnen worden. Na ongeveer een kwartier bumpen en swingen kwamen we op onze bestemming aan. We waren niet de enigen: in totaal ongeveer 100 Russen, een Brit, een Amerikaan uit Duitsland en ik, maar dat mocht de pret niet drukken. Een wandeling van ongeveer 1/2 kilometer naar de waterval zelf, leuke weg door de vrije natuur: klein beetje over stenen klauteren, bruggetjes over waterstroompjes. Onderweg inderdaad de apen aangetroffen en ze gevoerd. Grappige diertjes, gelukkig geen brutale krengen zoals je ook vaak hoort, maar gewoon grappig en voorzichtig. Ik geloof niet dat ze daar erg veel tekort komen, want iedere toerist, zelfs de Russische, heeft wel een zakje bananen en noten bij zich. Leuke foto's gemaakt. Was heel leuke onderbreking. Verder gelopen naar de waterval zelf. Is mooi en spectaculair gezicht, vooral toen er net een trein langs kwam. Staat jammer genoeg niet zo goed op mijn foto´s, maar misschien heeft een van de andere een beter plaatje. Onderaan de waterval is een natuurlijk zwembad ontstaan dat zo´n 25 meter diep schijnt te zijn en dat was precies waar wij ons bevonden. Heel mooi omringd door steile wanden. Jude was de enige die een zwembroek bij zich had, die van mij lag nog in de taxi en Carlos is de zwemkunst niet machtig. Als een echte Moby Dick ging Jude dus wel te water en dat staat op de gevoelige plaat, al is het dan in digitale vorm.
Na een tijdje zijn we weer terug gegaan, en ervaring rijker. Weer de bodymassage ondergaan, leek wel wat langer te duren deze keer, en weer terug in de taxi.
Met de taxi naar het ernaast gelegen olifantendinges gegaan. Machtig mooi om die dieren van nabij mee te maken. We hebben voor 500 roepies (€8) een ritje van 5 minuten gemaakt. Daarna deed de olifant nog wat trucjes met een bloemenslinger en een hoed en ging hij (of zij) voor ons posereren. Geweldige ervaring, het zijn ontzettend mooie dieren en het geefteen heel apart gevoel om ze te kunnen aanraken. Ook weer een van de hoogtepunten. Zie foto's.
Na de olifanten op weg gegaan naar het volgende doel: de Sri Mahadev Tempel in Tambdi Surla, maar eerst even wat drinken en een snelle hap. Die snelle hap was helaas niet zo snel, een simpel omeletje liet een half uur op zich wachten, de rekening duurde nog maals een kwartier. Jammer van de tijd, maar het was wel lekker. Goed, volgende stop was dus de genoemde tempel. Onderweg weer wat apen en ook wat olifanten gezien. We waren er nu al wat aan gewend, dus niet meer voor alles gestopt. De Sri Mahadev Tempel is de oudste tempel in Goa, is ter ere van Lord Shiva opgericht en stamt uit de 12e eeuw. Opgetrokken uit zwart graniet, vrij klein, maar wel beeldschoon. Oh, ik lees net dat het geen graniet of basalt is, maar "grey black talc chlorite schist soap stone". Geen idee wat het betekent, misschien is het gewoon een uitgebreide beschrijving van graniet, maar het is in ieder geval heel mooi. Ook het beeldhouwwerk ziet er fris en duidelijk it, alsof het nog maar pas in de steen is gehouwen. Het is een van de weinige tempels uit die tijd die niet door (Portugese) indringers verwoest is, daarvoor ligt het te goed verborgen in de nu wat teruggedrongen jungle. Vlak achter de tempel stroomt een riviertje waar wat mensen zaten te picknicken, verder waren er misschien tien andere mensen. Omdat dit cultuur betrof en er niets gratis te halen viel, was er geen Rus te bekennem. Hier natuurlijk ook weer foto's genomen. Sereen is denk ik het juiste woord voor de tempel die al eeuwenlang in de zon staat te bakken.
Na de Sri Mahadev zijn we bij een ander tempelcomplex geweest, de Sri Mahalsa Tempel. Een stuk levendiger, ook de tempel zelf zag er, inal zijn kleur, heel levendig uit. Buiten de tempel staan ene paar torens, waarvan er eentje ongeveer net zo scheef hangt als de Toren van Pisa.
Hier zijn we een tijdje geweest, was erg mooi. Later buiten een kokosnootje leeg gedronken, wat overigen vrij snel gebeurd was.
Moe en voldaan, zoals dat heet, togen wij huiswaarts.
Later die dag, na de drukte van alle sightseeing, even naar Dona Paula geweest, dat is een strand hier in de buurt. Heel romantisch plekje, onder de volle maan en daar zat ik dan met twee kerels in plaats van met m'n geliefde. Zij dachten precies hetzelfde, en we hebben er ook smakelijk om gelachen. Goed, daar wat gegeten (heerlijke golden prawns) en weer terug, we waren alle drie helemaal leeg en op. Was om negen uur of zoiets thuis. Heb geprobeerd naar huis te bellen, maar kreeg geen verbinding. Carlos had hetzelfde probleem, dus ik denk dat het mobiele telefoon netwerk plat lag. Goed negen uur thuis, en ik sliep heel vast om kwart voor negen. Afgepeigerd na een lange dag die volgde op drie lange zware weken, waarin ik net zoveel daglicht als een gemiddelde vampier had gezien.
Nu nog het moeilijkste stuk: foto's uitzoeken en hierbij zetten.


Onderweg


Moskee onderweg


Onderweg


De eerste aap, een zwartkop



De eerste olifant, een grijze



Carlos knuffelt de olifant



Links termietenheuvel, rechts Jude




Edwin bij de termietenheuvel


Touristtrap: De slimme familie die de toeristen overvalt



Op weg naar Doodh Sagar, The Ocean of Milk



Een apenfamilie



Aap, noot, Edwin



Even poseren met de trein en de waterval als decor



Aan de voet van de waterval



Moby Dick



De reisgenoten



We naderen de olifanten



Olifantenrit



De slinger had hij me al omgehangen.




Jude, toerist? Hoezo?



Wat zijn we stoer hè?




Sri Mahadeva in Tambdi Surla



Sri Mahalsa



De torens van Sri Mahalsa



De entree van Sri Mahalsa



Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer